Hissink, W. & J.
- Een grundel, karper, baars, een scholletje of een voren, / 't Is als goede kost, maar wie at ooit een horen?
- De vernieuwde Jan de Wasser
- Dit prentgeschenk leert u van Speyk, / Door moed beroemd, in deugden ryk, / En leert dat de geschiedenis, / Van uwen tyd heldhaftig is
- Dees prent is 't geld wel dubbel waard, Waar Asschepoester van den haard, / En in verdrukking van 't gezin, / Toch werd verheven tot vorstin
- Oud-Hollandsch moed en trouw, / Is nimmermeer bezweken, / Doch nooit zoo schoon als thans, / Voor heel Euroop' gebleken
- Aan uwen blijden vliegertijd, / Is, lieve jeugd, deez' prent gewijd
- Wat Moeder Gans vertelt, doet u deez' plaat aanschouwen, / Hoe Asschepoetster met een' koningszoon ging trouwen; / En hoe een looze kat, door streken, fijn bedacht, / Haar armen meester heeft tot hoogen rang gebragt
- Hier hebt gij fraaije bloemen; / Wie zou natuur niet roemen?
- Deez' prent vertoont in menig beeld, 'Den zegen ons door God bedeeld
- Menschen uit het daaglijks leven, Daar hun handwerk u bekend [(...)]
- Zie hier in dit achttal plaatjes, / Menschen, van gemengde stand [(...)]
- Vaderlandsche spreekmanieren eeuwen lang met roem bekend, / En gegrond op 't menschlijk leven, vindt de jeugd in deze prent
Lindy Arts