Stichter, erven weduwe Cornelis
- Het Oost-Indiesch compagnies-jagt
- Zie hier, ô Jeugd! het lot des Levens van een Paard, / Wulpsch, moedig, trotsch, en sterk, maar strydbaar ook van aart. / Het wordt nochthans al meest tot slaverny gebooren; / Is 't oud, men slaat het dood: den vilder mag 't behooren
- De groote vermakelyke harte-jagt
- Deze hond blaft niet. / Deze kat snoept niet
- Dit wonder-werk zeer wel bekend / Staat af-gebeeld in deze prent (...)
- Wil, jeugd! uw oog en geest vermaaken, / Met Bybelsche historizaaken; / Waarin gods magt u wordt getoond, / Die 't kwaade straft en 't goede loont
- Hier is thands veel vreugd te vinden, als gy ziet aan deeze vrinden, / In 't onbekend Luilekkerland, een ieder heeft het abondant
- Men ziet hier jagers met hun honden; / Hoe 't wild betrapt wordt en gevonden, / Ook hoe men vischt met snoer en net; / Vindt, kindren! hierin dan uw pret
- Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betracht
- Zie, jeugd! hoe deeze prent u biedt / Wat u, van jongs af aan geschiedt; En welk een zorg voor nutte zaaken / Vereischt wordt, om 't kind groot te maaken
- Voor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willen leeren, / Vertoont zich, in dit prent-tafreel, / Het manuaal in zyn geheel
- Ziet, kindren! afgebeeld een reeks van Liên, wien handel / In veelerhande slach van waaren, by hun handel (...)
- Zie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat gaat 'er stout op af; dat maakt uw zinnen bly; / Beschouw daar nevens ook het balanceeren, springen, / En hoe die kunstenaars hun leden kunnen dwingen
- Der boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meê
- Zie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeeken
- Dieren en planten
- Dieren en planten
- Dieren en planten
- Van al de letters, op de letterlyst gesteld, / Vindt ge onder elk de zaal, die u 't afbeeldsel meldt, / Gy kunt, ô jeugd! dan naam daar van dus leeren spellen; / of leezen, om hierin een nut vermaak te stellen
- Van al de letters, op de letterlyst gesteld, / Vindt ge onder elk de zaal, die u 't afbeeldsel meldt, / Gy kunt, ô jeugd! dan naam daar van dus leeren spellen; / of leezen, om hierin een nut vermaak te stellen
- Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betracht
- Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betracht
- Zie, jeugd! hoe deeze prent u biedt / Wat u, van jongs af aan geschiedt; En welk een zorg voor nutte zaaken / Vereischt wordt, om 't kind groot te maaken
- Dus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkoopt
- Dus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkoopt
- Dus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkoopt
- Voor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willen leeren, / Vertoont zich, in dit prent-tafreel, / Het manuaal in zyn geheel
- Pefroen, die bloed, doos lys gedwongen / Meer dan een onnoozelen jongen / Verbeterd eindlyk 't slechte wyf; / Door digte slagen op haar lyf
- Pefroen, die bloed, doos lys gedwongen / Meer dan een onnoozelen jongen / Verbeterd eindlyk 't slechte wyf; / Door digte slagen op haar lyf
- Wil, jeugd! uw oog en geest vermaaken, / Met Bybelsche historizaaken; / Waarin gods magt u wordt getoond, / Die 't kwaade straft en 't goede loont
- Ziet, kindren! afgebeeld een reeks van Liên, wien handel / In veelerhande slach van waaren, by hun handel [(...)]
- Men ziet in 't Amstelwater schuiten, / Vermaaklyk vaaren, meest met vis [(...)]
- Zie hier drie vaderen van de eerste wereld, met / De drie aartsvaderen van Isrel, vóór de wet [(...)]
- Zie hier drie vaderen van de eerste wereld, met / De drie aartsvaderen van Isrel, vóór de wet [(...)]
- De twaalf aartsvaderen, de zonen Jacobs ziet / Men hier ten trappenrei gesteld met hunnen namen, / Gelyk zy tot hem om zyn laatsten zegen kwamen, / Wel wetende dat God dien zegen zelf gebiedt
- Ziet hier, tot uw vermaak, wat men u komt vertoonen, / In 't doolhoof te Amsterdam, en zo gy 't by wilt woonen, / ô kindren! daar gy zit te kyken met gemak, / Steek deeze prent daar toe vooräf dan in uw zak
- Hier ziet ge, ô kinders! u ten afschrik, afgebeeld, / Welke ongeregeldheen het kwaad huishouden teelt / Daar man en vrouw weerzyds door tweedragt aangedreven, / In dronkenschap, gekyf en slaan, ellendig leven
- Hier ziet ge, ô kinders! u ten afschrik, afgebeeld, / Welke ongeregeldheen het kwaad huishouden teelt / Daar man en vrouw weerzyds door tweedragt aangedreven, / In dronkenschap, gekyf en slaan, ellendig leven
- Zie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat gaat 'er stout op af; dat maakt uw zinnen bly; / Beschouw daar nevens ook het balanceeren, springen, / En hoe die kunstenaars hun leden kunnen dwingen
- Wil, kindren! u met deeze snaaken, / En met hun zang en spel vermaaken, / of schoon 't niet door uw ooren dringt / Wat elk van hun of speelt, of zingt
- Der boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meê
- Der boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meê
- Hier ziet men afgebeeld wat men een hond kan leeren, / Hem wennende om 't bevel van zijnen heer te eeren
- Hier ziet men afgebeeld wat men een hond kan leeren, / Hem wennende om 't bevel van zijnen heer te eeren
- Let, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedt
- Let, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedt
- Zie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeeken
- Dus toont men hier een schets van wintervrolykheden, / Of die men daar voor houdt, bedreeven op het ys. / Hy, die 'er smaak in vindt, kan op verscheiden wys / Genoeglyk zynen tyd, en ook zyn geld besteden
- ô jeugd! beschouw hier, met verstand, / Uitheemsche liên, gewas en plant; / Dus moogt ge uw oog en geest vermaaken / Met deeze u voorgestelde zaaken
- Mejuffer Alida, wiens zinnen / Hoogmoedig, spytig zyn in 't minnen, / Wordt fraai bedrogen, daar zy Jan / Den schoorsteenveger krygt ten man
- ´T onschuldige vermaak der kindren, / Is aangenaam en kan niet hindren, / Maar 't schrikverwekkend onbescheid / Is 't dat de jeugd vermaak ontzeid
- Kindren! hebben we u, reeds dikwyls, met een nieuwe prent voldaan, / Deeze neemt gy, ongetwyfeld, weder met genoegen aan
- Bybelsche figuuren, des Ouden Testaments
- Men stopte u eertyds, lieve jeugd! slechts prullen in de hand, / Thans yvert wààre kunst voor u, terwyl ze uw nut beoogt, / Monstreuse vodden, zonder smaak, zelfs schaadlyk voor 't verstand; / Elk prentjen is een tekenles, die gy wel volgen moogt
- Bybelsche figuuren, des Ouden Testaments
- Door deez prentjens, met hun versjens, wordt gy, kinderen! gebragt, / Op het pad der zaalge kennis van Gods wysheid, van zyn magt
- Kindren! zo gy met elkander, over deeze beeldjens praat, / Zult gy zeker wel iet leeren, dat myn werk niet vruchtloos laat
- Ziet, kindren! in deez' prent, hoe wy ons eertyds kleedden: / Leert, uit de versjens, ons verschil in aart en zeden
- Dieren en planten
- Dieren en planten
- Dieren en planten
- Dieren en planten
- Bidprentjes
- Naar landaarts wys en modes smaak / Ziet men in prent hier menig snaak. / Wat ieder zal in beeldnis weezen, / Kunt gy, ô jeugd! daar onder leezen
- Kermisprent van de torenwachters van de Zuiderkerk te Amsterdam
- Jojo spelers
- Ziet, kindren! wat men u wil leeren, / Wilt ge in de waereld wel verkeeren, / Daar deeze prent het zelf u zegt, / Doet niets verkeerd, maar alles recht
- Ziet, Kindren! hier verschiet van veelerhande zaaken, / Waar mede gy uw oog en zinnen kunt vermaaken
- Verkiest, ô kinderen! uit de onderstaande beelden, / Uw smaak, of zy misschien uw keuze en zinnen streelden
- Deez' prent kan u verbeelding geeven, / Ô kindren! van een zorgloos leven (...)
- 'T vermaaklyk tydverdryf, zo noemt men alles, wat / Dit prentgestel vertoont, en in zyn soort bevat
- Elk doet wat hy verkiest in 't voegen van zyn smaak, / De een' oefent zich in 't werk, en de ander' in vermaak.
- Het trouwen zal, zo lang de waereld staat, geschien. / Dit doet u deeze prent, met zyn sieraaden zien
- Deeze os, zo groot en vet hy is, / Gaat straks des slagters byl niet mis, / Gevoed met gras en hooi, / Ondanks zyn kermis-tooi
- Deez' dieren, toonen zich als leevend voor uwe oogen, / Elk soort naar zynen aart, beschikking en vermogen; / Op dat ge, ô kleene jeugd! leer' kennenm dat uw' staat / Als mensch, het nuttigst dier ver te boven gaat
- Al 't geen ge, ô kinderen! beschouwt in deeze prent, / Maakt u het onderschrift op elks bedryf bekend
- Zo wat van kindren speelbedryven, / Ook vryers, vrysters, mannen, wyven, / Ziet ge u vertoond, ô lieve jeugd! / Leest wat zy doen, tot uwe vreugd
- Vermaakt u met deez' vooglen-schaar! / Gy ziet 'er hier vier minder maar, / Als honderd stuks, zy zullen allen / ô jeugd! uwe oogen wel bevallen
- Uilenspel
- Kindren! zo ge u wilt vermaaken, / Koomt, beschouwt dan deeze snaaken, / Elk in zynen stand en doen; / Wilt daar by uw leeslust voên
- 'T is jeugd, om uw gezigt te streelen, / En 't aangenaame meê te deelen, / Dat ge in het vooglen-perk hier ziet. / Schuw 't kwaade en haat het goede niet
- 'T is jeugd, om uw gezigt te streelen, / En 't aangenaame meê te deelen, / Dat ge in het vooglen-perk hier ziet. / Schuw 't kwaade en haat het goede niet
- Dit viertal prenten zal gewis uw keuze smaaken, / Ô schooljeugd! wil 'er dan, leerend, meê vermaaken
- Op het overheerlyk nieuw gebouw voor de roomschgezinde weesmeisjes, staande te Amsterdam op 't Spui
- Al wat gij hier beschouwt, ô jeugd! / Streelt het uw oog, 't belet geen deugd. / Beschouw hier eerst drie nutte zaaken; / En laat de vierde uw' geest vermaaken
- Ziet hier een reeks van mengelingen / Voor u, ô kindren! saamgevoed [(...)]
- 'T is om uw zinnen te vermaaken, / Dan men, ô lieve jeugd! u biedt [(...)]
- 'T is om uw zinnen te vermaaken, / Dan men, ô lieve jeugd! u biedt [(...)]
- Ziet hier een tweetal vagabonden, / Landloopers, luiaarts, met vier honden [(...)]
- 'T vermaaklyk tydverdryf, zo noemt men alles, wat / Dit prentgestel vertoont, en in zyn soort bevat
- 'T vermaaklyk tydverdryf, zo noemt men alles, wat / Dit prentgestel vertoont, en in zyn soort bevat
- Ziet, Kindren! hier verschiet van veelerhande zaaken, / Waar mede gy uw oog en zinnen kunt vermaaken
- Veelerhande slag van zaaken, / En een reeks van raare snaaken, / Ziet ge ô kindren! weder hier, / In deez' prenten op papier
- Hier ziet men paarden in de weiden, / Met ossen, ieder onderscheiden [(...)]
- Hier ziet men paarden in de weiden, / Met ossen, ieder onderscheiden [(...)]
- Beschouwt hier, kinderen! een agttal wilde dieren, / Die, weinig ons bekend, in vreemde landen tieren
- Zo ziet men groote lieden ryden, / In koetsen, op 't gebrek te myden [(...)]
- Ziet Tryn en Griet, en hoort haar kraaijen; / De een bezig met de ster te draaijen; / Daar de andre met de kom omloopt, / En van de omstanders duiten hoopt
- Dit weergaloos gebouw, verheerlykt in zyn muuren, / Waar men de kunsten kweekt, de weetenschappen voedt [(...)]
- Verkiest, ô kinderen! uit de onderstaande beelden, / Uw smaak, of zy misschien uw keuze en zinnen streelden
- Ziet wat in deeze prent elks beeld en werk beduidt. / En kiest, ô kinderen! voor u het best 'er uit
- Zie, jeugdig kindren-choor, tot streeling van uw zinnen, / Een reeks van raare liên, meest snaaken en snaakinnen
- Zo wat van kindren speelbedryven, / Ook vryers, vrysters, mannen, wyven, / Ziet ge u vertoond, ô lieve jeugd! / Leest wat zy doen, tot uwe vreugd
- Wilt gy, kindren, u vermaaken, / Allerhande soort van zaaken [(...)]
- Zie, tot verheuging van uw geest, / Terwyl gy 't onderstaande leest, / ô jeugd! de fraaiste en raarste zaaken, / Die ge tot nut zult kunnen maaken
- Zie, tot verheuging van uw geest, / Terwyl gy 't onderstaande leest, / ô jeugd! de fraaiste en raarste zaaken, / Die ge tot nut zult kunnen maaken
- Dit prenttafreel vertoont, ô jeugd! om u te leeren / Veel vogels, naar hun aart, te kennen aan hun veêren
- Allerhande slag van dieren; / Die in vreemde landen tieren, / Of in 't onze zyn bekend, / Ziet ge, ô jeugd! in deeze prent
- De vryery en 't trouwbedryf, / Van heer Jaquet [(...)]
- Wat zegt ge, ô wakkre jeugd! Kan u deez' prent bekooren? / Verheug dan uw gezigt, en denk den trom te hooren. / Lees wat 'er obder staat, tot leerzucht aangespoord, / Zo dikwils gy de stem der onderwyzing hoort
- Ziet, kinderen! 't bedryf van Steven van der Klok, / In alles wat hy doet, heeft hy het even drok. / Die Steven was een man, met wiens verscheiden zaken / Gy uwe zinnen kunt, tot tydverdryf vermaken
- 't Is alles wat gy ziet in deeze prent, ô jeugd! / By u, die zekerlyk u zelf daarin verheugt. / Alleen om 't neuzenstel belagchelyk te maaken, / Vervrolyk dan uw geest met deeze raare snaaken
- De vrijheids-boom wordt ingewyd; / En oud en jong toont zich verblyd, / Daar Amstels maagden onder 't zingen, / Hem, danssend hand aan hand, omringen
- De vrijheids-boom wordt ingewyd; / En oud en jong toont zich verblyd, / Daar Amstels maagden onder 't zingen, / Hem, danssend hand aan hand, omringen
- Ziet, kindren! deeze schepen aan, / Niet om 'er mede in zee te gaan, / Of op de vaart naar verre kusten; / Maar om uw oogen te verlusten
- Vermaakt u met deez' vooglen-schaar! / Gy ziet 'er hier minder maar, / Als honderd stuks, zy zullen allen / ô jeugd! uwe oogen wel bevallen
- 'T zyn vissen, dieren, zo bekend / Als vreemd uit ieder element [(...)]
- Wil, jeugd! uit deeze prentjes leeren, / Die ge ook als kaartjes kunt handteeren, / Dat van een keizer af, hoe groot, / Elk in het eind komt tot de dood
- Lacht, ô kindren! om de mode, die de zotheid bragt ter baan / Met een tuig zo zeer bespotlyk als 'er immer heeft bestaan [(...)]
- Tot uw vermaak, en niet om dat g'er voor zult vliên, / ô kindren! ziet gy hier een reeks van oorlogsliên. / Van vost tot pyper toe, vindt gy dit niet al aardig? / Toont elk zich in postuur, maar niet tot vechten vaardig
- Ziet in dit prentgestel verscheiden schetsen pronken, / Zy worden u, ô jeugd! geschonken, / Die leerzaam en vermaaklyk zyn; / Tot tydverdryf: Maar schei het weezen van den schyn
- Ziet in dit prentgestel verscheiden schetsen pronken, / Zy worden u, ô jeugd! geschonken, / Die leerzaam en vermaaklyk zyn; / Tot tydverdryf: Maar schei het weezen van den schyn
- Ziet in dit prentgestel verscheiden schetsen pronken, / Zy worden u, ô jeugd! geschonken, / Die leerzaam en vermaaklyk zyn; / Tot tydverdryf: Maar schei het weezen van den schyn
- Naar uw oordeel moet gy denken, / Kindren! in dit prentgestel, / Op het geen gy u ziet schenken, / Maar onthoud de lessen wel
Lindy Arts