Wanneer de haan zig vraatig voedt; de spys en drank verteert, / Terwyl de hen klapwiekt en kraait, dan gaat het gantsch verkeerd. / Zo elk zyn' pligt betracht, en op zyn post blyft waaken, / Dan heeft 'er eendragt plaats, en deeze baart vermaaken
Gerrit Oortman · 1806 - 1830

paper